Theo Maassen, Cabarestafette 1995

Script:

Ik was een jaar of zeven, acht [iemand in het publiek lacht] –Ik was een jaar of zeven, acht toen mijn moeder zei dat ze met mij wilde praten. En ik zat me al stiekem te verheugen: borsten, blote piemels, voorbipsen, eindelijk was het zover: seksuele voorlichting. Er kwam helaas –zeker voor hem [wijst naar lacher]– een heel ander verhaal. Het had met Sinterklaas te maken. En hoewel ik heilig in die man geloofde wist ik meteen wat er komen ging. 

Exact. Ondanks het feit dat ik de Franse taal niet machtig was, kreeg ik een haarscherp déjà vu. En een déjà vu is een gevoel waarbij je denkt: hee, dat heb ik al eens eerder meegemaakt. Exact. Ondanks het feit dat ik de Franse taal niet machtig was, kreeg ik een haarscherp déjà vu. En een déjà vu is een gevoel waarbij je denkt: hee, dat heb ik al eens–

En mijn moeder kwam niet met veilige verhalen over hulpsinterklazen of dat er vroeger echt een Nicolaas leefde, nee, ze zei het eigenlijk heel zakelijk, koel en direct: “Sinterklaas bestaat niet, dat is de buurman die zich verkleed heeft.” En toen ze zag dat ik schrok en het allemaal niet goed begreep, zei ze iets wat ik eigenlijk veel erger vond. Ze zei: “Je dacht toch niet echt dat paarden wortels lusten?” En natuurlijk, het was naïef van me, Sinterklaas leek op de buurman, maar ja, ik leek ook op de buurman en dat was puur toeval. 

Ik was heel naïef in die tijd, ik geloofde echt alles. Ik geloofde alles. Ik geloofde dat er centrale-verwarmingpieten waren, en ik geloofde zelfs dat er in de letter I net zoveel chocola zat als in de W, van die dingen. 

Ik moet er even bij vertellen: ik ben geboren in 1966, en dan behoor je qua speelgoed tot de zogenaamde Net-Niet-Generatie. En daar is in de media eigenlijk nog heel weinig aandacht aan besteed, maar dat wil zeggen dat al het speelgoed wat op de markt komt, dat maak je wel mee, maar je bent er net iets te groot voor, net iets te oud voor of net iets te laat mee. Ik zal een voorbeeld geven: toen ik eindelijk die racebaan kreeg waar ik echt jarenlang om had gezeurd, had ik er een weekje mee gespeeld, nekkramp van de achtjes, toen kwam er net een nieuw model uit, het Carrera Servo-systeem waarbij je kon inhalen. En toen die leuke Amerikaanse crossfietsjes kwamen overwaaien, die BMX-jes, toen was ik daar net iets te groot voor.

En nu, anno 1990 –ik weet dat het nou geen 1990 is, maar da’s een beetje oud stukje uit mijn programma–  en nu, anno 1990, proberen ze dat leed van die Net-Niet-Generatie te compenseren met mountainbikes. En dan denk ik: een mountainbike in Nederland, waar slaat dat op? Waar slaat dat op? Dat is uitverkoop bij de Wibra, dat is Barry van Aelen [een niet al te slimme voetballer] die een verstandshuwelijk afsluit, dat is een meisje dat dolgraag ongewenst zwanger wil worden. Het slaat nergens op. Beetje het verhaal van de man die trots is op het feit dat-ie een lul heeft tot op de grond maar d’r niet bij vertelt dat-ie geen benen heeft. Het slaat nergens op.

Maar goed, ik vond het verschrikkelijk. Ik vond het heel erg. Sinterklaas was de man waar ik het meeste in geloofde van allemaal. En juist die man, die bleek niet te bestaan. En ik dacht: als dat niet waar is, als zelfs dat niet waar is, wat is dan nog wel waar? Zijn m’n vader en moeder m’n mammie en pappie wel? Is groente wel gezond? Moet je wel uitkijken bij het oversteken? Is Edwin Rutten [presentator van een kinderprogramma op TV] wel die sympathieke kindervriend? Gaat het lichtje in de koelkast wel uit als de deur dicht is? En sterker nog: waren het wel de Duitsers geweest die al die vervelende dingen hadden gedaan in de Tweede Wereldoorlog? Ja, misschien waren het wel die Amerikanen geweest, en was heel die oorlog nagesynchroniseerd, ik wist het niet meer. Ik wist het niet meer. 

En ik weet het nou nóg niet. Als ik de straat op ga en iemand vraagt mij de weg, en die straatnaam klinkt mij een beetje onbekend in de oren, dan loop ik snel door omdat ik bang ben dat Ralph Inbar ergens in de bosjes ligt. Ja. En natuurlijk, de mensheid wil bedrogen worden, maar toch niet door Ralph Inbar. [Ralph Inbar presenteerde een TV-programma waarin hij met een verborgen camera grappen uithaalde met mensen.]

Mijn eh.. mijn vriendin die heeft mij bedrogen. Vorige week vertelde ze me dat ze was vreemdgegaan en dat blijkt nou helemaal niet waar te zijn. In het begin ging het eigenlijk allemaal heel goed, maar al snel ging ze zich irriteren aan kleine dingetjes, m’n penis bijvoorbeeld. [applaus] Uh-huh. Voor haar was uiterlijk heel belangrijk, ze deed ook elke dag zo’n kleimaskertje op, daar kreeg je een mooier gezicht van volgens haar. En dat was ook wel zo, maar op een gegeven moment moet zo’n maskertje er ook weer af, dus… 

Maar ja, ze dreef dingen ook heel ver door, zo vond ze het bijvoorbeeld heel lekker om, nadat we gevreeën hadden, een sigaretje op te steken. En ik had daar eigenlijk helemaal niet zoveel moeite mee, maar zij dreef dat zo ver door, en ze raakte zo verslaafd aan die combinatie, dat het op een gegeven moment zo ver was dat voor elke sigaret die zij opstak… ze rookte een pakje per dag. 

Ja nou lijkt het net of we een hele goeie seksuele relatie hadden, dat viel in de praktijk tegen. Nou, we hebben één keer een gelijktijdig orgasme gehad. Alleen was zij toen op wintersportvakantie in Oostenrijk. 

Maar je, het is nou uit, het is uit, in ieder geval, dat wilde zij, ik wilde nog wel doorgaan, ik ben wat dat betreft heel romantisch. Ik heb zoiets van: laten we alles vergeten en laten we opnieuw beginnen, laten we in die auto stappen en laten we iets totaal onverwachts doen, laten we niet naar Parijs gaan. Maar zij wou daar verder helemaal niks van weten. Ik wilde ook nog wel maatjes zijn, gewoon maatjes. Zo belangrijk vind ik die seks niet, ik vind dat je ook op een vriendschappelijke manier met elkaar naar bed kunt gaan. Maar zij wilde daar verder niks van weten. En ik was kapot, ik was nergens meer, ik was totaal– ik kon alleen nog maar aan haar denken, aan haar, ik was gewoon– ik was niks meer, ik was helemaal– ik was op. Het was op. 

Totdat ik diezelfde avond in een cafeetje kwam en daar ontmoette ik een meisje, dat is heel gek eigenlijk, daar heb ik vijf, ja vijf minuten mee gepraat, en het was net of we mekaar al jaren kenden. Ontzettend saai. We gingen naar haar toe, ze woonde dichterbij, en we zaten op die tweepersoonsbank en ik weet dan nooit zo goed wat ik moet zeggen, in dat soort situaties. Soms weet ik het ook wel: mijn vorige vriendin vond mij zo leuk, zei ze, omdat ik altijd zo ad rem was, zei ze dan altijd. En eh.. da’s misschien wel leuk om nu even uit te testen, ja, da’s wel leuk. Ik ga hier staan en dan iemand uit de zaal mag mij uitschelden voor mijn kleren of uiterlijk of iets van mijn karakter, en dan zeg ik heel snel en gevat iets terug. Dus spreek vrijuit. … Nee, jij. 

Maar in ieder geval, we zaten op die tweepersoonsbank en  ik weet in dat soort situaties nooit wat ik moet zeggen en ik zei ook iets heel stoms… ik weet het niet meer, oh ja: “Kom jij wel vaker hier?” Toen had ik het gevoel, het moest iets persoonlijkers worden, het moet wat persoonlijker worden en toen vroeg ik of ze ongesteld was. Bloedde ook een beetje dood. Vrienden zeggen altijd gewoon: “Je moet gewoon jezelf zijn,” maar ja, zo ben ik niet. 

Ja, ‘t is heel snel, het is alweer bijna het eind van m’n programma. Eh, één ogenblikje. Ja, ik heb natuurlijk eh.. mijn programma vaker gespeeld, en vaak ga je naar zo’n zaal toe, je zet hem op de automatische piloot en je raffelt die teksten die je uit je hoofd hebt geleerd, die raffel je af, alleen eh… soms dan zijn er optredens en momenten en dat is er vanavond één van, ik moet heel eerlijk zeggen: ik heb als mens en als cabaretier nog nooit zoveel warmte gevoeld en eh.. ik zou ‘t gewoon heel jammer vinden dat alles dat we vanavond in die korte tijd, maar toch met z’n allen hier samen hebben opgebouwd, dat dat zou verwateren. En eh, ik weet ook niet precies wat we moeten doen, ik stel voor dat we dalijk toch ieder effe bij mekaar komen en adressen uitwisselen of zo, of in ieder geval even een datum prikken voor een reünie. Ja, ik eh.. ik weet het gewoon even niet meer, ik heb wel heel veel respect voor jullie allemaal, voor bijna allemaal hier. Maar ik kan op dit moment, en daar ben ik gewoon heel eerlijk in, gewoon niet goed inschatten in hoeverre dat nou ook seksueel is. Als ik nou m’n gevoel laat spreken dan zeg ik tegen die mensen van het licht van “Knal dat licht uit, we trekken onze kleren uit en we kijken wel wat er gebeurt.” Maar ik ben gewoon te vaak op m’n bek gegaan, dat dat de afspraak was dat dat licht uitging, toen was het weer aan en dan stond ik in m’n eentje in m’n blote piel. Ik wil dat gewoon niet meer meemaken. Dat wil ik gewoon niet meer. En eh… ik eh… het lijkt mij gewoon beter als we mekaar misschien eh… een tijdje niet meer zien. Bedankt.

Leave a comment

Blog at WordPress.com.

Up ↑